bgimage

Tonen van de Wil

 

Afstudeerproject
Een audiovisueel project, geïnspireerd op de muziekfilosofie in het werk van Arthur Schopenhauer. Afstudeerblog

Ontwerper:
Dion Palinckx
Flickr & Vimeo

Stage
Kunstpodium T, Tilburg

Minor
Filosofie (twee semesters), Tilburg University

Afstudeerverslag
In mijn afstudeerrapportage komt naar voren hoe de filosofie van Schopenhauer een belangrijke uitgangspositie is geweest voor dit project. Tevens zal duidelijk worden op welke punten ik de theorie van Schopenhauer heb uit willen breiden (vrij heb willen interpreteren), om een werkbare combinatie tussen de muziek (de onzichtbare wereld als wil) en het fysisch waarneembare (de wereld als voorstelling) mogelijk te kunnen maken. Om mijn idee kracht bij te zetten, heb ik videofragmenten gebruikt, die in gecompileerde vorm gekoppeld zijn aan uiteenlopende muziekstukken, waarin alle formele muzikale aspecten die Schopenhauer in verband brengt met de wil, daadwerkelijk hoorbaar zijn.

muziek, wil, schopenhauer, filosofie, collage, dion palinckx, palinckx

 


 


 


 


Achtergrondinformatie
 

In “Die Welt als Wille und Vorstellung” (1818), maakt Arthur Schopenhauer onderscheid tussen de wereld als wil, d.w.z. de anonieme wereld zoals die in zichzelf bestaat, en de wereld als voorstelling, oftewel, de wereld zoals zij zich aan ons openbaart. De enige ware, metafysische werkelijkheid is volgens Schopenhauer de wil, die één en onverdeeld is. Uiteindelijk is alles wat we zien een manifestatie van een universele wil tot leven, welke geldt als de stuwende dynamiek van moeder natuur. Hoewel wij mensen feitelijk blind zijn voor de wilsmatige processen achter de verschijningen, is het niet geheel onmogelijk om ermee in contact te treden. De mens is immers net zo goed één van de vele manifestaties van de wil. We kunnen haar daarom introspectief tegemoet treden. De kunst kan hierbij een belangrijke rol vervullen, omdat we gedurende een esthetische aanschouwing, zowaar los kunnen raken van de verschijnende wereld, omdat we op zo'n moment louter nog een Idee 'schouwen', waarbij het dan kan gebeuren dat al onze concrete motieven, voor even komen te vervallen. De muziek neemt in dit verband een prominente positie in binnen het werk van Schopenhauer. De muziek is namelijk in staat om elke opwelling, elk streven, elke beweging van de wil, feilloos uit te drukken, waarmee ze omschreven kan worden als de directe kopie van de wil zelf. De muziek werkt precies om die reden ook zo bijzonder affectief op onze gemoedsbewegingen in. Ze toont de wil in abstracto en bevrijdt de mens daarmee van het willen in concreto. Luisteren naar muziek is een vorm van verzaken, die gericht is op het verlangen zelf. Terwijl Schopenhauer ervoor kiest om de muziek uit de wereld als voorstelling te houden (door haar onder te brengen in de wereld als wil), zie ik redenen waarom zo’n radicaal onderscheid, wanneer het de muziek betreft, helemaal niet gemaakt hoeft te worden.

Door de eeuwen heen is een opmerkelijke trend te bespeuren. We zien hoe de westerse muziek, mede door de komst van audiovisuele technologie, niet langer een aangelegenheid is die uitsluitend in concertzalen en kerken plaats kan vinden. Ook de opkomst van de popmuziek heeft er mede toe bijgedragen dat de muziek toegankelijk is geworden voor een enorm groot publiek. Als we bedenken hoezeer we onszelf op de meest uiteenlopende momenten blootstellen aan muziek, dan zou je haast vergeten dat diezelfde muziek ooit bedacht is en dat er fysieke handelingen van muzikanten aan vooraf zijn gegaan. Los van het gegeven dat de muziek zich als uitdrukkingsvorm steeds meer heeft weten te integreren in ons leven, kunnen we over de muziek zelf zeggen dat ze ook steeds uitdrukkelijker refereert aan zaken uit het dagelijkse leven, of om in de terminologie van Schopenhauer te blijven: zaken uit de verschijnende wereld. Gedurende het project heb ik onderzocht waar nu precies de muziek en het fenomenale leven met elkaar samen kunnen gaan. Dit heeft geresulteerd in een audiovisuele uitwerking, waarin gepoogd wordt om beelden, waarop telkens te zien is hoe een concrete vorm van ‘willen’ tot uitdrukking komt, hun weerklank te laten vinden in de abstracte tonen van muziek. Het is niet mijn intentie geweest om de muziek de verbeelden, want zo'n concretisering zou immer per definitie een vertekend beeld geven. Muziek is namelijk van zo'n hoog abstractieniveau, dat het zich nauwelijks laat vertalen naar concrete visuele taferelen. Ik heb veeleer omgekeerd, het (zichtbare) streven binnen de wereld als voorstelling, een bijpassende muziek willen geven, als ware het de onzichtbare wil die analoog aan de getoonde beelden van zich laat horen. Want wanneer Schopenhauer betoogt dat de muziek begrepen mag worden als de abstracte afbeelding van de wil, dan zou je de zaak ook om kunnen draaien, door te stellen dat ieder concreet empirisch voorval, als de gemanifesteerde uitdrukking van een bepaald soort willen, verwant is aan zo’n abstracte, innerlijke stemming.

"Het wezen van de mens bestaat hierin dat zijn wil streeft, vervolgens bevredigd wordt, en weer opnieuw streeft, en dat in voortdurende herhaling: ja, zijn geluk en welzijn is niets anders dan de snelle overgang van wens naar bevrediging en van bevrediging naar nieuwe wens; het uitblijven van bevrediging betekent immers lijden, het uitblijven van een nieuwe wens uit zich in een ijdel verlangen, languor, verveling. In diezelfde zin is het wezen van de melodie een voortdurend afwijken, afdwalen van de grondtoon op duizend verschillende wegen, niet alleen naar de harmonische intervallen – de terts en de dominant –, maar ook naar elke andere toon, naar de dissonante septiem en naar de extreme intervallen; maar steeds volgt er een uiteindelijke terugkeer naar de grondtoon. Op al deze wegen brengt de melodie het veelvormige streven van de wil tot uitdrukking, maar ook diens bevrediging door het uiteindelijk hervinden van een harmonische interval, en a fortiori van de grondtoon. " - Schopenhauer in WWV I, boek drie, p. 392

Naarmate het leven vordert en de verlangende wil zich in ons kleiner maakt, zal het leven zelf, ons ook in toenemende mate welgevallen, omdat zo’n leven met recht harmonieus genoemd mag worden (ook in de muziek zo verklankt wordt), omdat het de transcendentale staat van willoosheid, die de muzikale ervaring zo kenmerkt, het dichtst benadert. De meest primitieve wil kent haar muzikale equivalenten in zaken als dissonantie, vibratie, suspensie, snelle tempi en een onregelmatige ritmiek. De verzadigde wil daarentegen, wordt gekenmerkt door consonantie, middentonen, stilte, rustige tempi, zuiverheid en ritmiek.

Uiteindelijk heb ik besloten om trapsgewijs een indelen te maken langs een spectrum van begeerlijkheid, variërend van de meest brute vorm van willen (de prille wil tot leven), tot een verfijnde vorm van willoosheid (de innerlijke aanschouwing). Ook de beroemde piramide van Abraham Maslow heeft in dit verband een rol gespeeld. Dit alles heeft geresulteerd in de benoeming van vier verschillende stadia, welke steeds uitgangspunt geweest zijn voor de audiovisuele montages.



Heel wat beelden die ik gebruikt heb voor mijn montages, zijn afkomstig uit arthouse films van filmmakers als Béla Tarr, Andrej Tarkovski en Jan Švankmajer. De overige shots komen voor het overgrote deel uit documentaires. Een aantal beelden heb ik zelf gefilmd, of gecreëerd op basis van afbeeldingen en videoclips uit verschillende online archieven. Voor een uitgebreider overzicht van dit project, wil ik graag doorverwijzen naar het daarvoor bestemde weblog: dlpalinc.wordpress.com

Mijn dank gaat in de eerste plaats uit naar mijn begeleiders: Agneta Evenhuis en Frederik Duerinck. Daarnaast wil ik Jerome Bertrand bedanken, omdat hij mij als geen ander de plezierige aspecten van kunst heeft doen in laten zien (doelend op met name de schone elementen en de ongekende vrijheden die erin te vinden zijn). Tot slot wil ik mijn dank uitspreken naar Paul van 't Hullenaar, wiens haast vanzelfsprekende inventiviteit en oprechte betrokkenheid ik altijd bewonderd heb.